Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA2118

Datum uitspraak2007-04-03
Datum gepubliceerd2007-04-03
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/802717-05
Statusgepubliceerd


Indicatie

Vrijspraak voor verdachte die werd verdachte van aanranding van de eerbaarheid dan wel het plegen van ontuchtige handelingen bij een meervoudig gehandicapte.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/802717-05 Uitspraak d.d.: 3 april 2007 tegenspraak/ dip / onip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1938, wonende te [adres en woonplaats]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 maart 2007. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 april 2005 tot en met 2 juli 2005 te Vorden en/of te Almen, althans in de gemeente Lochem, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande (telkens) uit - het betasten van en/of strelen/aaien over de/een borst(en) en/of de vagina/schaamstreek van die [slachtoffer] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte - onverhoeds en onverwachts - en aldus mogelijk verzet brekend - heeft gehandeld; art 246 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 april 2005 tot en met 2 juli 2005 te Vorden en/of te Almen, althans in de gemeente Lochem, (telkens) met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit - het betasten van en/of strelen/aaien over de/een borst(en) en/of de vagina/schaamstreek van die [slachtoffer]; art 247 Wetboek van Strafrecht Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt dat naast de verklaring van het slachtoffer geen enkel ander bewijsmiddel onomstotelijk leidt tot een bewezenverklaring. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de door de getuigen afgelegde verklaringen niet redengevend en bovendien voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Zo kunnen de rode plekken bij de borst en schouder van het slachtoffer evengoed veroorzaakt zijn door de kleding die volgens verklaring van de moeder van het slachtoffer strak zat. Getuige [naam] heeft onder meer verklaard dat het slachtoffer wel eens na 16:30 uur thuis was en dat zij geregeld een blauwe plek op haar linkerbovenbeen had. Er is geen enkel bewijs waaruit zou blijken dat dit aan verdachte is toe te rekenen in de zin zoals is ten laste gelegd. Ook het feit dat verdachte schrok toen het slachtoffer hem bij het activiteitencentrum over het door haar genoemde incident aansprak, leidt niet tot een ander oordeel, nu een reactie als die van verdachte in geval van een dergelijke beschuldiging op zichzelf genomen niet onbegrijpelijk is. Het door verdachte beschreven incident in de bus leidt evenmin tot een ander oordeel nu er voor het ontuchtig karakter van zijn handelen onvoldoende aanknopingspunten zijn te vinden in het dossier. Beslissing De rechtbank beslist als volgt. Verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, De Bie en Hemrica, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 april 2007.